Verfijn

[1] 1 - 11 (totaal: 11 in 0.174 sec.)
Sorteer volgens: Auteur Geadresseerde Datum  
107.06.1893, Leo Simons aan August Vermeylen 
[p]: Behoef ik 't U te zeggen, dat de ontvangst van de 2e aflev. van "Van Nu en Straks" me heel, heel goed heeft gedaan. Ik heb, naar ik zie, juist voorspeld en zelfs, zou ik zeggen, juist aangeduid. De drie beschouwende artikelen (ik vermoed onder éen 'n pseudoniem van U) zijn interessant; dat van A.V. de Meere staat dunkt me hoogst; 't artikel van v.d. Velde is nog wat onbeholpen Hollandsch. Het zwakst is voor mij de Poezie. ºVan de Bom vrees ik dat hij zich met deze dingen forceert. Hij is geen contemplatieve, maar een waarnemende natuur. En ik geloof dat de kunst van Straks heel en al eenvoudiger, klaarder, simpeler, lipieder zal wezen. Aan al dit schrijven, ook van de artikelen, bemerk ik voor mij nog te veel het moeilijk pogen; dit is niet het inéens uitgevloeide, uitgegolfde, bewogene. Maar dit zal wel komen, als de taalartiesten ineens zullen kunnen grijpen dát woord voor de klare gedachte. Ik heb den indruk dat zij nog bezig zijn al werkend & schrijvend zich zelf alles helder te maken. Doch deze overtuiging is persoonlijk en neemt van mijn belangstelling in Uw werk niets af. Ik reken nu op een bepaald slagen. Hier zal ik Uw aflevering aan eenige jongere artiesten toonen. Zoudt ge ook een houtsnee van Ricketts willen hebben? — En kent ge het tijdschrift voor kunstindustrie The Studio, met die teekeningen van Beardsley, éen van de jongeren? —
221.06.1893, Leo Simons aan Emmanuel de Bom 
[p]: Mijn eigen beslissing is intusschen genomen: ik blijf hier. Ik zal gaan werken en mee gaan vechten tegen de groote stomheid van de meerderheid der tooneelcritici hier, die zoo vervloekt bekrompen zijn; Grein zal mij helpen mijn weg banen en ik hem bij zijn Indep. Theatre van nut zijn. Of ik veel geld zal maken, betwijfel ik; maar ik heb plan een erg conventioneel tooneelstuk te gaan schrijven om de lui te bedotten en daar geld mee te verdienen. Vooreerst moet ik nog te veel voor Holland werken, m'n Gijsbrecht is nog altijd niet af en het wordt er toch hoog tijd mee. Dezer dagen heb ik hier kennis gemaakt met jongere teekenaars, Ricketts & Beardsley; ik heb hen ook over van "nu en Straks" gesproken en hoop van den laatste een teekening voor jullie los te krijgen.
313.07.1893, Leo Simons aan Emmanuel de Bom 
[p]: Je begrijpt dus: in haar concentreert zich nu heel mijn leven. Morgen week, den 21sten, ga ik 's morgens van hier via Ostende en ben om 6 u in Brussel. Om 8.16 vertrek ik dan weer naar Namen. Dat is niet de moeite waard om Gust te ontmoeten, en ik ben er dan ook met mijn hoofd niet bij. Maar ik denk den 4en of 5en Aug. terug te reizen en zal dan graag een halven dag in Brussel blijven voor hem & van Langendonck en misschien kun jij dan ook. Ik heb deze week van Ricketts toezegging gekregen dat hij een teekening voor "Van Nu & Straks" zal afstaan, Beardsley moet er nu ook aan gelooven. Dit alles zal ik arrangeeren als ik terug ben. Ook met Lucien Pisarro heb ik kennis gemaakt, en ik krijg van hem ook wel wat los. Je ziet dus, ik vergeet jullie niet.

[note]: Leo Simons kwam in Londen in contact met jonge tekenaars, waaronder Charles Ricketts (zie brief 160). Hij bemiddelde tussen die laatste en de redactie van Van Nu en Straks voor een bijdrage voor nummer 4 (zie brief 146). Uiteindelijk verscheen Ricketts' zinkografie als buitentekstplaat in Van Nu en Straks, 5 [1894] (zie brief 253, noot 6). Van Aubrey Vincent Beardsley, van wie ook sprake is in brief 146, werd niets gepubliceerd in Van Nu en Straks.

[bibl]: The Queen of the Fishes; Engl. adapt. by M. Rust, ill. by L. Pissarro (London, Ch. Ricketts [s.d.])
404.09.1893, Leo Simons aan August Vermeylen 
[p]: Ik had Vrijdagavond naar Ricketts willen gaan, doch ben verhinderd, en zal nu tot deze week wachten. Ik moet het adres van Pisarro, dien ik alleen bij hém ontmoette, door hém te weten komen.
510.1893, Henry van de Velde aan Jan Veth 
[p]: Dès le nº IV paru — ce qui adviendra dans quelques quatre ou cinq jours — je rassemblerai les materiaux pour un nº double. Il contiendra par conséquent deux grandes planches hors-texte. En ma pensée, c'est à vous-même; mon cher confrère, et à Ricketts, qu'elles étaient dévolues.

[p]: Ricketts a consenti et nous envoie un bois inédit. Et pourquoi ne consentiriez-vous pas — si depuis l'instant de la promesse faite nous n'avons démerité en rien — à nous confier un dessin? qui ne serait... pas un de ces autoritaires portrait d'un des vôtres?
603.10.1893, Leo Simons aan August Vermeylen 
[p]: U heeft toch, hoop ik, mijn stilzwijgen niet opgevat als een teeken van boosheid, waartoe — tot die boosheid evenzeer als tot die opvatting — dan ook geenerlei aanleiding zou bestaan. Ik had willen wachten tot ik Ricketts gesproken had, en U dán geschreven; maar van mijn bezoek is al tweemaal niets gekomen en ik moet dus niet langer wachten met eenige tijding. Van Mane hoorde ik dat alles voortreffelijk in orde gekomen is; dat is wezenlijk een buitenkans en een verluchting; ik had hem juist nog een preek gestuurd, die nu, mèt de ontvangen les, hem wel ineens zal genezen. Nu zal hij stellig de ouwe worden, flink en opgewekt en misschien meteen genezen van het spleen, dat hem zoo slecht staat. —

[p]: 't Was zeker jàmmer, dat wij elkaar Zondag gemist hebben, maar aan zulke dingen is moeilijk iets te doen. In elk geval kom ik medio November weer naar Brussel en dan kunnen we onze schade wel eens inhalen. Zoodra ik bij Ricketts geweest ben, zal ik U bericht zenden. Wenscht U nog een Karakteristiek van hem?

[note]: Zie brief 179, noot 2. Leo Simons schreef een bijschriftje bij de zinkografie van Ricketts (zie Van Nu en Straks, 5 [1894]), dat echter niet werd opgenomen in Van Nu en Straks. Zie ook de brief van Simons aan De Bom 8 januari 1894 (AMVC, S623, 91791/41).
713.10.1893, Leo Simons aan Emmanuel de Bom 
[p]: "Ontgoocheld" 't stuk van ons beiën, is door "De Gids" geweigerd. — 't is niet "behaaglijk" genoeg voor de heeren! — Ik denk er nu over, het voor eigen rekening uit te geven, formaat van "Van Nu & Straks". Wat kost het drukken per vel op zulk papier, 500 ex.? — 't Kan dan ineens gebonden worden met overdrukjes van 't stukje, dat jullie voor Van Nu & Str. hebt aangenomen. Ricketts & Shannon verzochten nog uitstel voor hun teekening, maar zij geven die stellig.
815.10.1893, August Vermeylen aan Emmanuel de Bom 
[p]: Ik moet nog altijd antwoorden om een brief van Simons, maar... heb niets te antwoorden. Ik zal hem morgen een kaartje schrijven. Indien gij hem schrijft, vraag hem ook eens naar die zincographie van Ricketts. Ik heb ze nog niet gekregen & begin ongerust te worden.

[item]: Buitentekstplaat van Charles Ricketts.
905.11.1893, August Vermeylen aan Hendricus Petrus Bremmer 
[p]: Ik heb die drie bundels van Blake heel-en-al uitgelezen. Dat is overweldigend. In zijn teekeningen vindt men niet allen Odilon Redon terug, maar Ricketts (die er zeer zeker uit geput heeft: zie bladz. 10 van "Urizen" & vooral bz. 1 van "Jerusalem"), Maurice Denis, Goya (bz. 9 van "Europe, a Prophecy", & 51 van Jerusalem), zonder te spreken van de Egyptische & in 't algemeen oud-Oostersche Kunst. De liggende vrouw op bz. 1 van Vala schijnt getekend door Renoir. Kortom, die Blake is een wereld. Geniaal, zonder het minste voorbehoud, zijn voor mij: het frontispice van The Book of Los, het geraamte op bz. 7 van Urizen, het geketend menschdom (blz. 20), en boven-al, de kleine teekening beneden aan bz. 37 van Jerusalem. Dit laatste is een van de allersubliemste dingen die men ooit maakte.

[p]: In het volgend nr (een dubbel: 5 & 6) komt een lithografie van Jan Veth & een plaat van Chs. Ricketts. Ornamentaties van Thorn-Prikker, V. Rysselberghe, George Lemmen, Hageman; misschien, maar nog niet heel waarschijnlijk: Derkinderen. Ge ziet dat we goed vooruitgaan. Er ontbreken maar een 20 abonnementen meer. Er is spraak, voor het 2e jaar, het tijdschrift door Van de Velde zelf te laten drukken.
1024.11.1893, August Vermeylen aan Albert Verwey 
[p]: Ons tijdschrift gaat heel goed: het begint zich te verspreiden in het buitenland, & binnenkort zullen we tot 350 abonnés geraken. Het eerstkomend nr verschijnt met een plaat van Jan Veth & eene van Ch. Ricketts.
1107.12.1893, Leo Simons aan Emmanuel de Bom 
[p]: Jij bent zoo ijverig aan het schrijven in de Haarl. En ik ben loom en lui. Ik kom tot heel weinig. — Ook niet tot briefschrijven. 'n nerveuse gedruktheidsperiode van mijn ander ik, reactie na veel lijden, nu gelukkig wegtrekkend, en de zware Londensche lucht maakten me loom in de laatste weken. Zoodra die vlaag voorbij is laat ik wel van me hooren. Ik moet ook nog voor Het over Ricketts schrijven. Laat me eens hooren, hoe je 't in de Haarl. over hem vond. En schrijf jij me intusschen maar.

[note]: Van Simons verscheen in de Oprechte Haarlemsche Courant een 3-delig artikel over de Engelse Kunstnijverheid. De eerste 2 afleveringen verschenen in oktober 1893. Het laatste deel 'Uit de Engelsche Kunstindustrie III' (285, 4 dec. 1893, p. 2-3) handelde over William Morris, Shannon en Ricketts.