<Resultaat 989 van 1419

>

LANDEGEM 29 SEPT 1896 11-M
BRUGES 9 SEPT 3-S
Aan den heer
Emm. de Bom,
bij "Jan Breidel en Pieter de Coninc",
in de Breidelstrate, 26,
te Brugge
 
Meerendré.

Beste,
Ik zal in Brugge aankomen met den eersten trein. Ik weet niet hoelaat het is. Ge hebt maar eens in den reisgids te zien (Natuurlijk: 1e train ordinaire, lijn van den staat)[1]
Ik wist reeds dat Streuvels kwam.
Gansch uw Karelv[an de Woestijne]

Annotations

[1] Het is onduidelijk of Van de Woestijne 'staat' of 'stadt' heeft willen schrijven, maar de eerste optie is het meest aannemelijk. Sedert het midden van de jaren 1830 waren in België niet alleen spoorlijnen van en door de staat aangelegd, ook een aantal privé-investeerders hadden daarvoor concessies gekregen. De spoorwegen vormden dus een economisch gemengde sector, waarin de staat wel het overwicht had. Zie Bart van der Herten, België onder stoom. Transport en communicatie tijdens de 19de eeuw (Universitaire Pers Leuven, Leuven, 2004).

Register

Naam - persoon

Streuvels, Stijn (° 1871 - ✝ 1969)

Pseudoniem van: Frank Lateur.

Bakker van opleiding, maar als prozaschrijver bekend geworden in tijdschriften als Van Nu en Straks, De Gids en De Nieuwe Gids. Hij was een vriend van Van de Woestijne en (vooral) van De Bom. Samen met hen stichtte hij het tijdschrift Vlaanderen (1903-1907). De vlaschaard (1907) en De teleurgang van den waterhoek (1927) zijn twee van zijn bekendste romans.