<Resultaat 1016 van 1419

>

Verdussenstr. 30

Beste Karel en Vrouwe,
Mijn vrouw en ik beantwoorden met een sierlijke reverentie uw hartelijk schrijven,[1] en zullen uw adres in onze ooren knoopen. Het was ons een waar genoegen U te hebben mogen ontvangen — en ge moogt nu nooit meer in Antwerpen komen zonder bij ons... appeltaarten te komen eten — vermits zij ulieden zoo wtermate[2] kwamen te bevallen. Van uw lezing[3] bewaren wij ook een "exkieze" herinnering: ik heb uw werk inniger begrepen, en veel wat ik vroeger eenigszins rhetorisch dacht is mij nu nader gekomen. Ik ben vooral gelukkig over uw jongste verzen: de Leiezang[4] met al het rijpe leven dat er uit straalt.
Mocht St Amandsberg nog veel innig-sterke poëmas helpen geboren worden! Dan veranderen we later nog eens den naam van uw straat!..
Nu, beste vriend, kom ik in een ander gedaante te voorschijn, lijk Figaro op het foorkraam. Te Gent berust in de bibl[iotheek] de reproductie van de Heures de Turin door Durrieu uitgegeven ter gelegenheid van Delisle's jubilaeum.[5] Ik heb die niet gezien, wat "een leemte" is in mijn boekwurmen-educatie. Ik meen dat die reproductie niet gekleurd is. Ziet gij geen kans voor het "T[ijdschrift voor Boek-] & B[ibliotheekwezen]"[6] die uitgaaf van Durrieu, welke weinig bekend is, te bespreken? Door de verbranding van het origineel te Turijn is ze nog zeer in waarde gestegen. Denk er eens over.
Zoodra ik er kans toe zie kom ik zelf — met mij eega — eens naar Gent, maar dan moet het zomerweer zijn, en dan zou ik gaarne Martens Laethem eens zien.
Hartelijke groeten van ons beien aan Mevrouw v.d.W. en uzelf.
Uw Mane

Annotations

[2] De schrijfwijze van 'uitermate' (met een 'w'), maar ook het gebruik van het woord 'ulieden' moet deze zin een plechtstatige, archaïsche toon geven. Van de Woestijne doet hetzelfde in brief 73. Zie daar ook noot 7. 'Wtermate' is een Middelnederlandse schrijfwijze van de hedendaagse variant 'uitermate'. De 'w' wijst op de oude uitspraak met een lange 'u' aan het begin van het woord.
[3] Lezing voor de 'Vlaamsche Kring' van 5 maart 1904. Zie ook brief 32, noot 2.
[4] Drie gedichten uit De boom-gaard der vogelen en der vruchten (1905) werden in 1902 samen gepubliceerd in het tijdschrift XXe eeuw (jrg. 8, nr. 9, dl. II (sept.), p. 273-279), met als ondertitel 'Leiezangen'. Het waren de gedichten 'Hoe ben ik aan me-zelf, hoe ben ik aan't verleden', 'De dag, – zooals een zoele zoen' en 'Wanneer ik sterven zal, vol dagen en vol lasten'. Vooral het eerste is een lofzang op de Leie, die ook meermaals rechtstreeks wordt uitgesproken. Het 16 strofen tellende gedicht eindigt als volgt: '— o Teedre Leie-zang! Mijn bruid heeft vroom gefluisterd / een teeder liefde-lied'.
[5] Heures de Turin. Quarante-cinq feuillets à peinture provenant des très belles heures de Jean de France, duc de Berry. Reproduction en phototypie d’apres les originaux de la Bibliotheca Nazionale de Turin et du Musée du Louvre, Parijs, 1902 (zie brief 17, noot 3). Het boek was niet in de handel verkrijgbaar. Enkele exemplaren werden geschonken aan bevriende instellingen, waaronder de Gentse Universiteitsbibliotheek, die onder leiding stond van Ferdinand vander Haeghen (zie brief 34).

Register

Naam - persoon

Bom-Aulit, Eleonora (Nora) de (° 1879 - ✝ 1955)

Na een kortstondige relatie met Lode Ontrop huwde ze op 24 augustus 1901 met Emmanuel de Bom. Door haar permanent wankele gezondheid en de hoge mate waarin ze beïnvloed was door de (waan-)ideeën van 'waterdokter' Alwyn van Son, bleef het huwelijk echter 'in alle betekenissen van het woord onvruchtbaar'.

Delisle, Léopold (° 1826 - ✝ 1910)

Bibliothecaris en archivaris, paleograaf en historicus. In 1874 kwam hij aan het hoofd van de 'Bibliothèque Nationale' van Frankrijk. In 1905 werd hij op 79-jarige leeftijd gedwongen een stap opzij te zetten.

Durrieu, (graaf) Paul (° 1855 - ✝ 1925)

Archivaris, kunsthistoricus en specialist in verband met oude, verluchte manuscripten. Tussen 1885 en 1902 werkte hij in het Louvre in Parijs. Hij is de editeur van de Heures de Turin, waarin hij als eerste een gelijkenis opmerkte met het werk van de gebroeders Van Eyck.

Haeghen, Ferdinand vander (° 1830 - ✝ 1913)

Voorzitter van de Maatschappij der Vlaamsche Bibliophielen (1882-1913) en hoofdbibliothecaris van de Gentse Universiteitsbibliotheek (1869-1911). Hij beschikte over een gigantische collectie (veelal zeldzame) boeken. Hij was de stichter van de 'Bibliotheca Belgica', lid van de 'Société des Beaux-Arts de Gand' en oprichter van het Oudheidkundig Museum.

Als bibliofiel en collectioneur van alles wat er in Gent werd gedrukt, was hij zeer geïnteresseerd in de publicaties van drukker Julius de Praetere, en het was wellicht ook via hem dat Van de Woestijne Vander Haeghen kende.

Woestijne-Van Hende, Maria (Mariette) van de (° 1884 - ✝ 1968)

Echtgenote van Karel van de Woestijne. Ze trouwden op 13 februari 1904 en kregen samen een zoon (Paul) en een dochter (Lily). Dochter van een echtpaar dat in het centrum van Gent een zaak had waar spiegels werden gemaakt en verkocht.