<Resultaat 1100 van 1419

>

GAND (STATION) DEPART 19 JUILLET 05 18-19
Aan
Manuël en Nora de Bom
gelijk ze wonen
30, Verdussenstraat,
te Anvers
[ANV]ERS ARRIVEE 19 JUILLET 05 23-24
 
Ja, Manuël, en gij, Nora, ge zoudt me mogen uitschelden op de wijze dat Schimmel Gloster laat uitschelden.[1] De eeuwigheid dat ik u geen nieuws meer gaf, niewaar?, onder voorwendsel van dien "dubbelen Nachtegaal"![2] — die overigens nog niet af is, en aldus, door zijn lastige geboorte, 't verschijnen van mijn boek verhindert en vertraagt.[3] — 't Zal anders een goed gedicht zijn, een belachelijk-goed gedicht; — maar nogal moeilijk om door den strot te krijgen, en zoo dubbelzinnig dat ik er voor huiver... Intusschen reclameert van Dishoeck, die het honorarium reeds betaald heeft en wellicht bang is voor zijn centen , — en heb ik de eer u te vragen, aan 't overige mijn — versleten! — broek vagende,[*] wanneer ge nu (vroeger dan we dachten, schreeft ge) Laethem en ons zult aandoen. De oudenaerdsche kiekens zitten te vetten; de sla gaat kroppen; de Leie gaat open van palingen; "es dehnt sich das Hails" gelijk vriend Schiller zeggen zou.[4] 't Is te zeggen dat we u verwachten met groter weerdichheit. Wanneer dan?
— Ah! 'k heb het vileinighlijck![5] Eerst: veertien dagen hooi-koorts; daarna: Gustaaf die uit de Benediktijnen terugkeert, met eene hersen-zwakheid die ik u eens onder vier oogen verklaar en... rechtvaardig;[6] later (en thans nu nog): van 's morgens negen (na twee uur gaans) tot 's avons zes in de zaak, te Gent, Slijpstraat, 106. En schrijf me daarbij den "dubbele(n) Nachtegaal" die zingt in u!... En ze vinden dat, ge nog niet genoeg doet!...
— 'k Veeg er mijn botten aan,[*] als ge maar komt. Ontrop komt ook eens. Van Langendonck ook. — Ik kan u, helaas, niet allen samen ontvangen. — Maar 't plezier zal te langer zijn voor mij, en driedubbel.
Mariette is heel goed, die u laat groeten aller, beminnelijkst. Paul is nog beter, die 250 liters melk zuigt, in peis en vreê, en zonder afgang.[*]
Waarmede ik verblijf
Uw
Karel

Annotations

[1] Wellicht een verwijzing naar H.J. Schimmels toneelstuk Twee Tudors (1847).
[3] 'Mijn boek': De boom-gaard der vogelen en der vruchten.
[*] 'Zijn broek aan iets vagen' (gew.): zich niet om iets bekommeren, aan zijn laars lappen. Vgl. brief 31, noot 9.
[4] Van de Woestijne verwijst inderdaad naar Friedrich Schiller. In 'Das Lied von der Glocke' komt het volgende vers voor: 'Die Räume wachsen, es dehnt sich das Haus'.
[5] ''k Heb het vileinighlijck': met deze parodie op het Middelnederlands bedoelt Van de Woestijne wellicht iets als: ik zit aan de grond, het gaat slecht met mij.
[6] Gustave van de Woestijne had zich, op zoek naar rust en naar zichzelf, anderhalf jaar eerder teruggetrokken in de abdij van de benedictijnen van de Cesarberg in Leuven. Teleurgesteld keerde hij omstreeks deze periode daaruit terug.
[*] 'Botten': laarzen. Zie [3] en brief 31, noot 9.
[*] 'Afgang': diarree.

Register

Naam - persoon

Bom-Aulit, Eleonora (Nora) de (° 1879 - ✝ 1955)

Na een kortstondige relatie met Lode Ontrop huwde ze op 24 augustus 1901 met Emmanuel de Bom. Door haar permanent wankele gezondheid en de hoge mate waarin ze beïnvloed was door de (waan-)ideeën van 'waterdokter' Alwyn van Son, bleef het huwelijk echter 'in alle betekenissen van het woord onvruchtbaar'.

Dishoeck, Cornelis Anthony Jacobus van (° 1863 - ✝ 1931)

Nederlandse uitgever die niet alleen het tijdschrift Vlaanderen, maar ook tien boeken van Van de Woestijne heeft uitgegeven. Ze maakten in augustus 1899 kennis met elkaar tijdens het 25ste Taal- en Letterkundig Congres. Hun correspondentie werd in 1997 door Leo Jansen en Jan Robert uitgegeven onder de titel 'Altijd maar bijeenblijven'. Brieven aan C.A.J. van Dishoeck, 1903-1929.

Langendonck, Prosper van (° 1862 - ✝ 1920)

Medestichter van Van Nu en Straks die jarenlang als ambtenaar in Brussel heeft gewerkt. In de redactie van dat tijdschrift was hij de enige katholieke redacteur. Hij was ook ouder dan de anderen. Daardoor fungeerde hij min of meer als hun mentor. Als overgangsfiguur stimuleerde hij hun literaire vernieuwingsdrang, maar vestigde hij ook hun aandacht op het grote talent van enkele voorgangers, zoals Guido Gezelle. Hij publiceerde slechts één bundel romantische gedichten, Verzen (1900). De Bom en vooral Van de Woestijne koesterden een grote bewondering voor hem. Die bewondering nam niet af, ook niet toen Van Langendonck steeds heviger verschijnselen van (erfelijke) schizofrenie begon te vertonen.

Ontrop, Lode (° 1875 - ✝ 1941)

Dichter en musicus. Gedurende enkele jaren – kort voor de eeuwwisseling tot enkele jaren daarna – was hij de intiemste vriend van Van de Woestijne. Hij werd omstreeks 1903 in die rol 'vervangen' door Emmanuel de Bom. De neerslag van zijn vriendschapsrelatie met Van de Woestijne is bewaard in de editie Brieven aan Lode Ontrop. Uitgegeven met een inleiding en aantekeningen voorzien door Anne Marie Musschoot, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1985. Over die correspondentie schreef Albert Westerlinck het boek De eerste rijpe jaren van Karel van de Woestijne, beschouwingen rond zijn brieven aan Louis Ontrop (1896-1909), Orbis, Beveren, 1982. Ontrop had in 1899 een zeer kortstondige relatie met Nora Aulit, die later met Emmanuel de Bom zou trouwen.

Schiller, Friedrich (von) (° 1759 - ✝ 1805)

Duitse dichter, toneelschrijver en filosoof.

Woestijne, Gustave van de (° 1881 - ✝ 1947)

Van zijn drie broers had Karel van de Woestijne met Gustave het beste contact, al was het maar omdat ze beiden artistieke aspiraties hadden. Na hun jeugdjaren in Gent vestigden ze zich in 1900 in Sint-Martens-Latem en werden ze spilfiguren van de eerste groep Latemse kunstenaars. Gustave groeide uit tot een van de bekendste Vlaamse schilders van de twintigste eeuw.

Woestijne, Paul van de (° 1905 - ✝ 1963)

Zoon van Karel van de Woestijne, die na zijn proefschrift als specialist in middeleeuws Latijn aan de universiteit van Gent verbonden was.

Woestijne-Van Hende, Maria (Mariette) van de (° 1884 - ✝ 1968)

Echtgenote van Karel van de Woestijne. Ze trouwden op 13 februari 1904 en kregen samen een zoon (Paul) en een dochter (Lily). Dochter van een echtpaar dat in het centrum van Gent een zaak had waar spiegels werden gemaakt en verkocht.