<Resultaat 1409 van 1419

>

KAREL VAN DE WOESTYNE aan
Manuël de Bom.
Maar beste Manuël — met permissie en par rapporte van uwe gezondheid — gaat­de-gij op tijd en stonde af?[*] 't En is niet voor 't een of voor 't andere, maar mijn broere Gustaaf is óok zoo. Maar dan neemt hij een lepelken rozijn-olie, of een speetinkske glycerine,[*] 'tgeen Breêro een klysteerken noemt[*] en... ik verzwijg u de aandoenlijke resultaten.
Dat is nu wel str...-praat,[1] — maar de gezondheid avant tout. Waar zit het hem, jongen? Uwe uytlegginghe beschaamt mijn doorzicht, en de onvolledigheid der bijzonderheden laat niet toe dat ik klaar zie in den staat uws lichaams. Voor mij: een bad in de Laethemsche zon iederen morgen van zes tot acht; daarna déjeuner: een koppel eieren, brood, boter, veel koffie; daarna, van tien tot twaalf: de koelte der terpentijn-geurende bosschen. — Eten dan: een Vlaamsch rosbiefke of zoo, en daarna een kiekske dat ik speciaal voor u vet (daar zult-de me nieuws van vertellen). — Digereeren tot vier uur. Hebt ge dan lust tot werken: niet langer dan tot zes uur. Daarna weêr in de Leie gaan liggen tot zeven en half. Soupeeren met sla en koud vleesch; geen mayonnaise voor u, maar voor ons wél; en om negen uur: dodo, bien dormir, tot morgen zes.
Ziedaar het regiemken dat ik u kom aan te bieden;
en ge zult de ziekte en 't zwellen des buiken weg zien vlieden;
en ge zult er, genezen, kontent ende wel voldaan,
na eenigen tijd gezond naar Antwerpen terug toe gaan.

Er zat een groote klokke[*] op vijftien eieren. Gisteren heeft ze uitgepikt, en ze had al negen beestjes. Maar die stommekerte[*] heeft er drie dood-gelegen van nacht. — Zoodat we nu maar zes jongskens meer hebben, en de andere eieren zijn zwalp-eieren.[*] 't Is nogal geestig!
Ge moet met dieën dubbelen Nachtegaal niet inzitten.[2] Hij is ook aan 't broeien, en van hem zal 't een gezond jong zijn, zulde! En niemendalle dubbel-zinnig, maar klaar en duidelijk als pomp-water.
Ik vrees dat ik naar Kunst van Eten niet zal komen.[3] 't Is kurieus, maar 't interesseert me niet. Breitner?[4] Jawel, en allemaal de andere ook!.. Maar Laethem!! Zie, ik ga iederen morgen ontmoedigd en... te voet weg. Maar als ik 's middaags of 's avonds... te voet terug-keer: dan zou ik u wenschen dat ge mijn ijverig bloed in mijn lijf zoudt voelen. Nu vooral: de rijpste tijd van 't jaar. Ze zijn 't koren aan pikken. De vlakte groeit; er boren nieuwe veie[*] voren naar Leie en over-Leie, en rijk staat prijkend daar in de gouden schelven heel de weelde van Vlaanderen. (Voelde 't gedicht komen? Ik ook, zulde!)[5] 't Is oneindig... Want aldus moet-de de Leie-vlakte zien die, van Gent tot Deurle drie volle uren wandelt langs de gladde diep-blauwe rivier. Mei en Juni zijn schoon, vooral over boom- en vlasgaarden (die laatste vooral), en April heeft eenige dagen, die der Bevruchting, die 'nen mensch werkelijk verbreeden; — maar 't en is Juli niet, en den oogst.[6]
Enfin, ge moet het zien om het te gelooven. 't Is daarom dat ge hier reeds hadt moeten zijn... 't Geen wil zeggen dat we u over kort met dringendheid verwachten —
— Onzen hoop is, dat Nora in den door u beschreven toestand, die een goede is, blijve verkeeren; dat gij met de zoetste tronie der wereld onze vriendelijke groeten aan den perkluysen Tanje[7] overmaakt; en dat ge ons beiden wilt gelooven, van Uw beider eerweerde vriendschap, de erkentelijke, weder-vriendschappende, en pollen-reikende[*]
Karel en Mariette.
En van Gustaaf ook, die weêr op dreef komt, reeds aan 't schilderen ligt, en, hoop ik, weldra heel dien kwaden droom vergeten zal hebben.[8]
Waarmede ik verblijve etc.

Annotations

[*] 'Afgaan' betekent hier 'zich ontlasten'. Zie ook brief 124, noot 9.
[*] 'Speetinkske': spuitje. Glycerine wordt gebruikt bij het toedienen van een lavement.
[*] 'Klysteerken' is een nevenvorm van 'klysma', de medische benaming voor een lavement. Bij Bredero is het woord niet getraceerd. 'Klisteren' komt als werkwoord wel voor in een gedicht van Pieter Langendijk (1683-1756), met name 'De ongevaarlijkst faculteit'.
[1] 'Str...-praat': strontpraat. Zie [*], [*] en [*].
[*] 'Klokke': klokhen.
[*] 'Stommekerte': domme, dwaze kip.
[*] 'Zwalp-eieren': bebroede eieren waarin toch geen kuiken zit.
[3] 'Kunst van Eten': Kunst van Heden. Zie brief 117, noot 2.
[4] Van 22 juli tot 17 september 1905 vond in de Antwerpse Venusstraat een 'Tentoonstelling van Kunstwerken' plaats, georganiseerd door de vereniging Kunst van Heden. Er was onder meer werk van G.H. Breitner te zien.
[*] 'Vei': mals, vruchtbaar.
[5] Deze passage vertoont qua inhoud en woordgebruik inderdaad sterke gelijkenissen met sommige gedichten uit 'Het huis op de vlakte, aan de rivier', de cyclus gedichten over Latem die Van de Woestijne opnam in De gulden schaduw. Vooral in het lange gedicht 'Het afscheid' wordt de sfeer uit deze briefpassage opnieuw opgeroepen.
[6] Deze beschouwing over de maanden van het jaar roept referenties op aan 'De rei der maanden', een cyclus uit De gulden schaduw, waaraan Van de Woestijne omstreeks deze periode moet begonnen zijn met schrijven.
[7] 'Perkluysen Tanje': Victor dela Montagne. ('Percluys', vgl. Fr. 'perclus': lam)
[*] 'Pollen' (gew.): handen.

Register

Naam - persoon

Bom-Aulit, Eleonora (Nora) de (° 1879 - ✝ 1955)

Na een kortstondige relatie met Lode Ontrop huwde ze op 24 augustus 1901 met Emmanuel de Bom. Door haar permanent wankele gezondheid en de hoge mate waarin ze beïnvloed was door de (waan-)ideeën van 'waterdokter' Alwyn van Son, bleef het huwelijk echter 'in alle betekenissen van het woord onvruchtbaar'.

Breitner, George Hendrik (° 1857 - ✝ 1923)

Nederlandse schilder die vaak tot de stroming van het Amsterdams impressionisme wordt gerekend.

Montagne, Victor dela (° 1854 - ✝ 1915)

Bibliofiel, dichter en vriend van Emmanuel de Bom, die in 1907 zijn twee dichtbundels heeft heruitgegeven. Medestichter van het Tijdschrift voor Boek- en bibliotheekwezen. Hij vervulde verscheidene functies binnen het Ministerie van Justitie, waarvan hij uiteindelijk directeur werd.

Woestijne, Gustave van de (° 1881 - ✝ 1947)

Van zijn drie broers had Karel van de Woestijne met Gustave het beste contact, al was het maar omdat ze beiden artistieke aspiraties hadden. Na hun jeugdjaren in Gent vestigden ze zich in 1900 in Sint-Martens-Latem en werden ze spilfiguren van de eerste groep Latemse kunstenaars. Gustave groeide uit tot een van de bekendste Vlaamse schilders van de twintigste eeuw.

Woestijne-Van Hende, Maria (Mariette) van de (° 1884 - ✝ 1968)

Echtgenote van Karel van de Woestijne. Ze trouwden op 13 februari 1904 en kregen samen een zoon (Paul) en een dochter (Lily). Dochter van een echtpaar dat in het centrum van Gent een zaak had waar spiegels werden gemaakt en verkocht.