<Resultaat 335 van 1419

>

Beste Kerel!
Nu ja, zul je gedacht hebben — die Simons! En dan verder iets van luiheid, onverschilligheid, veel zeggen en weinig doen! Ho! ho! Maar ik heb stellig wel zesmaal geprobeerd den man te treffen, dien ik voor je hebben moest: nl Warendorf, den uitgever van het weekblad de Amsterdammer, omdat dit [']t eenige blad is, waarin die studie passen zou.[1] Nu van ochtend heb ik hem eindelijk op zijn kantoor getroffen en hij heeft mij beloofd je artikel aan de redactie over te geven. — Ik heb dat zelf niet direct gedaan om de reden, die je bekend is.[2]
Intusschen had W[arendorf] dadelijk een opmerking, die ik ook al gemaakt had: te uitgebreid. Je hebt te zeer het oog gehouden op je tijdschrift Vlaamsche Kunst[3] en niet genoeg gedacht aan een Nederl[andsch] dag- of weekblad. Zoo is heel het slot, dat ik nu gekregen heb, alleen voor Vl[aamsche Kunst] geschikt; ik acht het beter [']t maar heelemaal niet aan de Red[actie] van De Amsterdammer ter hand te stellen, daar ik, om W[arendorf] niet af te schrikken er al heb moeten bijvoegen dat ge, desnoodig, wel tot het aanbrengen van eenige bekortingen bereid zoudt zijn. Wilt ge nu dat ik hem tot het slot tóch stuur, of wil ik je dat terugzenden om [']t alleen voor Vl[aamsche Kunst] te doen dienen. Het kan dan ook later heeten, dat ge uw artikel in De Amst[erdammer] voor Vl[aamsche Kunst] hebt omgewerkt.[4] Dan is er geen moeilijkheid met het auteursrecht.
Nu wil je mijn oordeel weten? — Of ik over die schilderijen net zoo oordeelen zou als jij weet ik natuurlijk niet; omdat ik ze niet gezien heb. Een enkele opmerking lijkt me [2] wat ouwerwetsch; bijv. dat ge niet kunt zien wat op een stuk van een zeker schilder (de naam valt me nu niet in) de voorstelling wezen wil.[5] Dit is toch ook niet altijd noodzakelijk. Dan nog — ge schrijft wat veel provincialismen en maakt misbruik van het woord "rechtzinnig", dat voor ons, Noord-Nederlanders, orthodoxe in het geloof beteekent. Doch dit zijn kleinigheden en het geheel doet goed door de warmte van overtuiging, waarmee het geschreven is en de oprechtheid en eerlijkheid, die er uit spreken. Voor ons, Noordelijken, hebben die hakken op de Antwerpsche kritiseerende dagbladvernuften weinig belang.[6]
Nu over iets anders —.
Die omgang met jonge artiesten[7] zal je wel goed doen en opbeuren, mèt [']t werk. Ik heb hier weinig omgang in den laatsten tijd en leef met voordracht eenzelvig, omdat de lui met wie ik graag zou willen omgaan en daar ik geheel mee sympathiseer zeer zeldzaam zijn. Wel spreek ik veel menschen, zoo'n loop- of sta-praatje, maar dat is alleen praten voor de vaak, over kleinigheden. Ik ben in een overgangstijdperk, dat voel ik, in een neiging tot eenzelvigheid en dan weer eens erg mededeelzaam. Met mijn werk schiet ik niet hard op; mijn stemming is doorgaans grijnzig, niet opgewekt, niet droevig, berustend kalm, akelig onverschillig soms, vegeteerend. Ik heb weer een schok noodig om in beweging te komen en mijn activiteit gaande te maken. Ik ben aan het wankelen, of ik voort moet gaan met litteratuur te doen dan wel sociale studies. Meer en meer neig ik tot het anarchisme als toekomstideaal dan — en niet in de bourgeois-opvatting van een alvernieling. 'n Artikeltje, dat ik je hierbij zend, leert je wat ik daaronder versta: de ideaal der opperste persoonlijkheid.[8]
Nu, ik hoop dat [']t lukken zal met [']t weekblad. Schrijf me in elk geval hoe ik met het slot áan moet. — Je schetsjes heb ik nog niet kunnen lezen:[9] ik heb m'n Kerstdagen als persman op 'n landdag van onze socialisten gesleten.[10] Wél interessant, maar tijdroovend: Zoodra ik nu wat vrij heb, [3] ga ik er aan. Laat me ook eens wat van je oordeel over "Besproken Plaatsen" hooren (maar eerlijk als over 't Zal wel gaan!)[11] — Dien Alfred de Smet (wat is er dat voor eentje?) heb ik in het kort geantwoord.[12]
Met 'n stevigen handdruk en m'n beste Nieuwjaarswenschen —
Hartelijk
Leo Simons
Voor de aardigheid: Hierin een briefkaart met m'n woning er op, mijn ramen heb ik omlijnd —[13]

Annotations

[1] Namelijk het artikel van De Bom over de 25ste tentoonstelling van Als Ik Kan. Zie brief 212, noot 1.
[3] Simons bedoelde wellicht De Vlaamsche School, waarin het artikel uiteindelijk verschijnen zou.
[4] Een artikel van De Bom over Als Ik Kan verscheen nooit in De Amsterdammer. Weekblad voor Nederland.
[5] Deze opmerking van Simons had wellicht betrekking op het feit dat De Bom de symbolische opzet en de bedoeling van de triptiek De aarde van schilder Francis Nijs, raadselachtig vond. Zie Emmanuel de Bom, 'XXVe tentoonstelling van Als ik kan', in: De Vlaamsche School, nr. V (1892), p. 11.
[6] Tussen de aantekeningen in het klad, die bestemd waren voor het artikel over de tentoonstelling, schreef De Bom hiervan een zo goed als losstaand traktaatje over het provincialisme en het conventionalisme in de Antwerpse pers. Zie Emmanuel de Bom, Nota's XII, november 1890 (bezit AMVC), p. 41-47. Deze passage komt echter niet voor in het artikel in De Vlaamsche School.
[8] Het artikel werd niet teruggevonden. Misschien doelde Simons met zijn "ideaal der opperste persoonlijkheid" op de theorieën van Max Stirner, die vanaf 1890 opnieuw bekendheid kregen door toedoen van John Henry Mackay.
[9] Wellicht had De Bom Simons na 4 november 1891 nog "schetsjes" gestuurd, want in die brief schreef Simons dat hij de werkjes die De Bom hem toen gezonden had reeds gelezen had. Zie brief 186.
[10] Met deze landdag van de Nederlandse socialisten werd het Socialistencongres bedoeld. Dat was een bijeenkomst van al de leden van de Sociaal-Democratische Bond, die op 25 en 26 december 1891 te Amsterdam plaatsvond in Constantia, het huis van de Bond. Op dit jaarlijks kerstcongres werden vertegenwoordigers van alle richtingen toegelaten. Zie Het sociaal weekblad, VI, nr. 1 (2 jan. 1892), p. 3-7.
Over dit congres, waarvan Ferdinand Domela Nieuwenhuis de centrale figuur was, en dat voorgezeten werd door Adriaan Rot, werd onder de titel 'Sociaal Democratische Bond' verslag uitgebracht in de Oprechte Haarlemsche courant van 28 en 29 december 1891. Hoewel deze artikels niet zijn ondertekend, zijn ze waarschijnlijk van de hand van Leo Simons, die gewoonlijk als verslaggever van de Oprechte Haarlemsche courant congressen bijwoonde.
[11] Niet teruggevonden.
[12] Zie Leo Simons, 'Een Hollander die de flaminganten versmaadt. Antwoord van den heer L.Simons Mz. aan den heer Alfred de Smet', in: De flamingant, IV, nr.1 (3 jan. 1892), p. 2 (gedateerd "Amsterdam, 26 December 1891"). Simons beantwoordde hiermee Alfred de Smets aanval op 25 november 1891 in De flamingant (III, nr. 49 (6 dec. 1891), p. 1-2. Zie ook brief 155, noot 1. De polemiek tussen Simons en De Smet, die eveneens in De flamingant (IV, nr. 1 (3 jan. 1892) haar beslag kreeg door de eindrepliek van De Smet, werd met onverholen sympathie voor De Smet gevolgd door o.m. De Distel en de Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle. Zie het verslag van de vergadering van De Distel van 19 december 1891 (Letterenhuis, D 531/D, en De taalstrijd hier en elders, een bijlage bij de Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle, nr. 12, dl. VIII (1 febr. 1892), p. 281.
[13] Niet teruggevonden. Simons woonde in 1891 op de Keizersgracht nr. 547 te Amsterdam.

Register

Naam - persoon

Bom, Emmanuel Karel De (° Antwerpen, 1868-11-09 - ✝ Kalmthout, 1953-04-14)

Bibliothecaris, journalist en schrijver. Medeoprichter van Van Nu en Straks. Gehuwd met Nora Aulit op 24/08/1901 in Antwerpen.

Domela Nieuwenhuis, Ferdinand (° Amsterdam, 1846-12-31 - ✝ Hilversum, 1919-11-18)

Politicus.

Nijs, Francis (° Antwerpen, 1863-04-24 - ✝ Antwerpen, 1900-06-07)

Landschapsschilder en affiche-ontwerper.

Rot, Adriaan (° Zaandam, 1861-02-06 - ✝ Amsterdam, 1927-07-21)

Typograaf.

Werkte vanaf 1882 in Amsterdam. In dat jaar trad hij toe tot de Sociaal Democratische Bond (van F. Domela Nieuwenhuis); in 1891, 1893 en 1894 was hij voorzitter van de Centrale Raad. Sinds 1883 ook lid van de Algemeen Nederlandsche Typografenbond, waarin hij eveneens verschillende bestuursfuncties bekleedde. Rot stond een strikte vakbondspolitiek voor en wist zijn politieke (kandidaat voor gemeente en kamer in 1890 resp. 1891) en vakbondsfuncties goed te scheiden. Na de typografenstaking (1894) was hij met enkele medetypografen (ontslagenen of uitgestotenen) betrokken bij de oprichting (1895) van het niet-partijgebonden, socialistische Het volksdagblad. Rot was ook enige tijd lid van de Socialistenbond (1894-1900) met anarchiserende strekking.

Simons, Leo Mz (° Den Haag, 1862-08-01 - ✝ Rotterdam, 1932-06-11)

Auteur, uitgever (Wereldbibliotheek) en Vondelkenner.

Smet, Alfred De (° Hoeke, 1853-01-08 - ✝ Ukkel, 1918-04-23)

Dichter en polemist.

Warendorf, Simon (° Amsterdam, 1861-01-09 - ✝ Amsterdam, 1918-07-24)

Uitgever.

Trad vanaf 1887, na de dood van Tj.van Holkema, op als procuratiehouder van diens weduwe. Sinds 1891 heette de firma Van Holkema en Warendorf.

Titel - krant/tijdschrift

Amsterdammer, De (° 1877 - ✝ 1907)

Weekblad.

Tussen 1880 en 1907 stond het o.l.v. de predikant J. de Koo. Het was een zaterdagavondblad met vooral politieke artikelen in grote letters en het overige van de inhoud in een zeer kleine letter. De toneelverslagen werden er o.a. besproken door Frank van der Goes; de boekbesprekingen lagen nogal aan de anekdotische kant. De rubrieken letterkunde en schilderkunst werden verzorgd door R.A. Kollewijn en J. Veth. Einde 1882 werd er naast het weekblad een dagblad uitgegeven, in dezelfde vooruitstrevend-vrijzinnige geest. Dit dagblad, in de wandeling De nieuwe Amsterdammer geheten, bestond tot 1895.

Flamingant, De (° 1889 - ✝ 1893)

Vrijzinnig Brussels weekblad.

Nederlandsche Dicht- En Kunsthalle (° 1878 - ✝ 1897)

Cultureel maandblad.

Oprechte Haarlemsche Courant, De (° 1847 - ✝ 1941)

Nederlands dagblad met zeer oude traditie. Werd in 1656 gesticht door Abraham Casteleyn als Weeckelijke Courante van Europa. Werd twee jaar later Haarlemsche Courant, waaraan in 1664 het woord Opregte werd toegevoegd. Pas vanaf de 19de eeuw (1847) verscheen het als dagblad. Omstreeks 1890 behoorde het tot de meest gelezen kranten van Nederland, grotendeels omwille van de rubriek familieadvertenties, wat de krant ook de naam "dameskrant" opleverde. Smolt in 1941 samen met Haarlems dagblad onder de naam Haarlemsche courant.

Sociaal Weekblad (° 1887 - ✝ –, 1911)

Nederlands tijdschrift.

De eerste drie redacteurs tussen 1887 en oktober 1900 waren achtereenvolgens Kerdijk, Pekelharing en Treub. Het blad trachtte de vrijzinnig-demokratische denkbeelden op sociaal-economisch gebied te verspreiden en door regelmatige en stelselmatige voorlichting de publieke opinie "te winnen voor de opvatting dat naast aanmoediging en steun der vrije maatschappelijke krachten ook door directe staatsinmenging in het economisch en maatschappelijk leven tot wegneming van misstanden een ruime plaats moest worden ingenomen". Diezelfde opvatting werd - door meestal dezelfde mensen - ook verdedigd binnen een politieke formatie: de Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), de staatkundige organisatie van de "radikaal" liberale geestesstroming in Nederland, die tot een afsplitsingsproces van de liberale partij had geleid. De groep - Kerdijk trad in 1901 uit de leiding van de Liberale Unie nadat daar op 26 januari 1901 een urgentiemotie voor grondwetsherziening met het oog op algemeen kiesrecht, was verworpen. Deze hervormingsgezinden richtten op 17 maart 1901 de VDB op, waarin de reeds in 1892 gestichte en als linkervleugel van het liberalisme te beschouwen Radikale Bond, onder leiding van M.W.F. Treub, opging. De VDB bepleitte algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen, en een krachtige sociale wetgeving. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de Bond door de Duitsers opgegeven. In 1946 ging een deel van de VDB op in de Partij van de Arbeid, een ander in de Partij van de Vrijheid. Zie ook WP (s.v. Liberale Partij (1. Nederland) en s.v. Vrijzinnig-Democratische Bond).

Vlaamsche School, De (° 1855 - ✝ 1901)

Tijdschrift voor kunsten, wetenschappen, letteren, oudheidkunde en kunstnijverheid.

Naam - instituut/vereniging

Als Ik Kan (° 1883 - ✝ 1950)

Antwerpse kunstkring.

Werd opgericht door een aantal jonge kunstenaars, die via groepstentoonstellingen hun werk een ruimere bekendheid wilden geven. Stichters waren F. Hanno, P. de Wit, F. Adriaenssen, Ch. Bolland, L. Brunin, E. Chappel, J. Rosier, H. Rul en H. van de Velde. Onder het voorzitterschap (vanaf 1 januari 1890) van H.Luyten, die ook het grote groepsportret Een zitting van de kunstkring Als ik kan 1885 schilderde, traden nog enkele talentrijke jongeren toe (onder wie K. Mertens, R. Baseleer, E. Larock en V. Hageman). De manifestaties van de kring werden o.m. door VS, het leidinggevende kunsttijdschrift uit die tijd, met welgemeende belangstelling gevolgd. Rond de eeuwwisseling echter verloor de groep zijn élan en verschoof naar de achtergrond van het artistieke leven, om rond 1950 te verdwijnen.

Distel, De (° 1881 - ✝ 1908)

Kunst- en letterkundig genootschap.

Zal Wel Gaan, 't (° 1852 - °)

Gebruikelijke benaming van de Gentse studentenvereniging Taalminnend Studentengenootschap. Vlaamsgezind en vrijzinnig.

Titel - artikel

Sociaal-demokratische Bond (° 1881 - ✝ 1899)

Taalstrijd Hier En Elders, De (° 1884 - ✝ 1903)

Maandelijkse bijdrage bij de Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle.